4 april 2016

De tas en de filosofie

Wij kopen ons kattenvoer bij een tuincentrum waarvan groen spul voor in de tuin slechts bijzaak is. Dat kattenvoer staat halverwege de enorme winkel. Dankzij een slim uitgedachte route, waarbij ik slechts sporadisch een stukje kan afsnijden, ben ik goed op de hoogte van het aanbod. Omdat ik regelmatig kattenvoer nodig heb, verbaas ik mij nergens meer over. Niet over de fonteintjes, niet over wanstaltige plantenbakjes met 'welcome' erop, niet over plastic bakjes die je over de balkonrand kan hangen en die bij voorkeur fuchsia of limegroen zijn. Ik ben het bijna logisch gaan vinden dat ze er allerlei dienbladen en serviezen verkopen. Ze doen maar. Mij krijgen ze er niet mee van mijn stuk. 

Maar nu heb ik toch nog iets nieuws ontdekt waarover ik mij wel heb verbaasd. In het tuincentrum dat op wat verdwaald diervoeder en een handjevol tuinplanten na, van overbodigheid aan elkaar hangt, is een niet onaanzienlijke ruimte gereserveerd voor houten borden met teksten erop. "Hier in huis hebben wij plezier, maken we fouten, zeggen we sorry, worden we boos, vergeven we, geven we elkaar knuffels, horen we bij elkaar, hebben we lief" en dat in dertien verschillende lettertypes. Op eén bord. Heeft u beeld of wilt u er nog een horen? "In dit huis lig ik overal, doe ik waar ik zin in heb, spin ik heel hard, knuffel ik graag, dit is mijn thuis en ik ben de baas", er staan kattenpootjes en een kattensilhouet bij zodat je je niet vergist en denkt dat de vrouw des huizes toevallig een ouderwetse hobby heeft. 

En nee, ik kwam niet in de verleiding. Maar eigenlijk had het me niet hoeven verbazen. Pinterest staat tenslotte ook vol met 'inspirational quotes'. Het heeft allemaal de diepgang van een soepbord, maar we lusten er wel pap van.

Ook ik heb boter op mijn hoofd. In mijn blogloze periode maakte ik deze boodschappentas van een prachtig Nani Iro stofje. Als gebbetje naaide ik een citaat dat ik eens had gepind aan de binnenkant van de tas. Serieuzer moet het niet worden. Citatenfilosofie heeft misschien wel de toekomst, maar toch slechts als decoratie en niet als antwoord op onze levensvragen. 

Het is een fijne tas en er kan meer in dan ik kan dragen en is daarmee dus een zeer bedenkelijke metafoor voor het leven. Maar ja, het is dan ook slechts een tas. 


7 maart 2016

Periodiek Systeem

Lang geleden deed ik eindexamen Scheikunde. Zelden had ik zo weinig te zoeken in een gymzaal als toen. Ik had tijdens de les vooral geleerd dat het opendraaien van de kranen leidde tot veelvuldig toiletbezoek van sommige leerlingen. Het Periodiek Systeem was ook nog wel tot me doorgedrongen, maar veel verder reikte mijn chemische kennis (laat staan begrip) niet.

Ik herinner me dat er op het examen een vraag was over corrosie en cola en dat ik niet de minste notie wat ik daarmee aan moest. Nu denk ik dat ik over koolzuur of iets anders roestoplossends had moeten beginnen (ik geloof dat cola rijk is aan fosforzuur wat weer een echte roestkiller is), maar toen was er alleen een heel groot zwart niets.
In plaats van bij te pakken neer te zitten kwam ik op het  briljante idee om cola in de elementen Co en La te splitsen. Ik verzon wat handige eigenschappen voor deze nieuwbakken leden van het Periodiek Systeem der elementen en met de moed der wanhoop worstelde ik mij door het examen.
Ik had een drie als eindcijfer en aangezien het extra vak betrof heb ik de schoolleiding vriendelijk verzocht dit niet op mijn cijferlijst te vermelden. Het was alsof ik nooit Scheikunde had gevolgd en eerlijk gezegd voelde dat ook zo. Ik heb het in de rest van mijn leven nooit gemist.

Ik ben zo dom geweest om dit verhaal aan mijn kinderen te vertellen, die het op hun beurt weer aan hun docenten Scheikunde hebben verteld. Op die manier zit ik er tijdens een tienminutengesprek nogal onnozel bij. "Ach, ik ben weer goed in andere dingen". Ja, dat soort dingen zeg ik dan.

Wel heb ik jarenlang mijn eigen periodieke systeem gehad. Zodra ik in een quiltwinkel was verzamelde ik daar allerlei stof van Kaffe Fasset. Meneer Fasset kreeg bij geboorte de naam Frank en het is mij een raadsel waarom je daar Kaffe van zou willen maken, maar dat doet niets af aan zijn stoffen. Alle stoffen zijn bijzonder kleurrijk. Na jaren verzamelen had ik er genoeg van. Letterlijk en figuurlijk.



Ik maakte er een quilt van bestaande uit 63 ninepatchblokken (567 vierkantjes van 4,5 x 4,5 cm) en gebruikte 48 bloemetjes op de kruispunten. Ik stikte de quilt met de hand door en toen het klaar was kon ik geen kleur meer zien. Mijn dochter gelukkig nog wel.

20 februari 2016

Dialect

Ik groeide op in Drenthe. Mijn ouders waren Fries, spraken dat ook met elkaar, dus echt Drents heb ik nooit gesproken. Dat bleek later nog een zegen. Als puber verhuisde ik naar Noord Holland. Zonder Drents accent bleek dat al erg genoeg. Op piedro's (stevige stappers) en twee lange vlechten maakte ik mijn opwachting in de klas. Dat was inderdaad zo ongeveer alles wat ze van iemand uit het oosten van het land hadden verwacht.

Dat ik niet bepaald op mijn mondje ben gevallen, is waarschijnlijk mijn redding geweest in die dagen. Ik zal mijzelf ook flink hebben overschreeuwd. En natuurlijk viel ik regelmatig door de mand, "Waar ik weg kom..", zei ik dan. Of: "Nou tjeu hè", bij het afscheid in plaats van dat afgrijselijke 'doei' wat ter plaatse zo in de mode was. Nog steeds zeg ik dat de deur los is, in plaats van open en nemen we het laatste 'klukkie' uit de fles,

Ik zeg geen stiefels meer tegen laarsen of een bokse tegen broek. Ik eet gewoon een broodje en geen stoet, maar het het horen van die woorden roept een fijn gevoel van vroeger op. "Oh my God", roepen de vriendinnen van mijn dochter. Mijn buurvrouw riep vroeger al "o gottegottegot" om uiting te geven aan haar ontzetting. Inderdaad, met een "t", want het verschil tussen een 't' en 'd' kun je in het Drents heel goed horen.

Omringd door Drents en Fries,  heb ik een levenslange liefde voor het dialect en de taal opgevat. Of het nou Drents, Limburgs, of Vlaams is, ik proef de woorden en kom altijd tot de conclusie dat er meer vriendelijkheid in dialect zit, wellicht met uitzondering van het Gronings en Zeeuws. Daar klinkt de weerbarstigheid van het land in door. Zelf spreek ik geloof ik iets wat dicht bij ABN komt. Wel leg ik nogal overdreven klemtonen, iets wat me pas opvalt als ik mijn dochter hoor, die mijn geagiteerdheid goed kan nabootsen.

Ook mijn man heeft nedersaksische roots. Hij zegt "dat is een principe een goed idee", als hij "ja" bedoelt. En als hij zegt dat je iets maar beter niet kunt doen, denken de kinderen dat er een keuzemogelijkheid in dat antwoord zit, terwijl het keihard 'nee' is. Ook zegt 'ie trouwens dat er "slecht weer is afgezegd", waarbij ik altijd dezelfde flauwe vraag stel of het soms niet doorgaat.

Geen wonder dat we zo graag naar Daniel Lohues luisteren. Ooit was hij met Skik mijn redding op weg naar een rotbaan in het Noordhollandse Hoorn. Vanwege die baan is het tussen mij en Hoorn nooit meer goed gekomen, maar als ik op weg ernaar toe "Op fietse" op de radio hoorde, begon mijn dag een klein beetje beter. Terwijl ik dit stukje tik (o, wat fijn journalistiek om dat te zeggen), luister ik naar de nieuwe cd "Aosem" van Daniel Lohues (alvast te beluisteren via de site van Dagblad van het Noorden).
Ik weet niet of hij met 'aosem' adem bedoelt of 'supercool'. Ik ben geneigd te denken dat het de eerste betekenis heeft, maar supercool is het wel.

Ik deed ook iets wat 'awesome' was. (Ja, door die vreemde combinatie van mijn blog, word ik de koningin van de bruggetjes.) Ik maakte met behulp van mijn moeder, een schering voor op het weefgetouw. Een eerste stap naar het leren weven. Wat ik van mijn eerste weefles vooral heb onthouden dat het kruis cruciaal is. Ja, het heet niet voor niets cruciaal!

Het geweven lopertje is uiteraard van de hand van mijn moeder. Zo'n vlotte leerling ben ik nou ook weer niet




18 februari 2016

Een gala en een menagerie

Kleine jongetjes willen met hun moeder trouwen. Grote jongens soms ook, dan heet het een Oedipus complex. Er zijn ook mannen die denken dat ze met hun moeder getrouwd zijn, maar eigenlijk iemand zoeken die hun sokken en ondergoed in de wasmand gooit.

Maar nu dit. Mijn oudste zoon, die allang niet meer met mij wil trouwen,  heeft voor het eerst een gala. Van school. Ik moet me daar beslist niet te veel van voorstellen. Ze gaan heus niet "in een kasteel met klassieke muziek of zo". Zelf vond hij het toch belangrijk genoeg om achter iets draagbaars aan te gaan. Dat is nog een hele toer met kledingmaat 44. 

We vonden een donkerblauw fluwelen jasje en een überhip gesneden smokingpantalon. Alleszins redelijk geprijsd aangezien de kerst al even geleden is. Een wit overhemd van mijn man, die om hem moverende redenen uitsluitend dubbele manchetten draagt, paste prima dus waren we nog een vlinderdas verwijderd van het feest. Een zelfstrikker moest het zijn. Op de vreemdste momenten blijkt mijn zoon ineens een etiquettetijger te zijn.

Hoewel als gezegd allang geen trouwmateriaal meer, kwam ik hier toch handig van pas. Ik naaide in een handomdraai uit een oude stropdas van mijn man een vlinderdas en besteedde drie keer zoveel tijd aan het bestuderen van how-to videos op Youtube om te zien hoe je dat in 's hemelsnaam een beetje knap gestrikt krijgt. Net toen ik bedacht dat we ook een gewoon een lap zijde konden strikken voor een bijzonder flamboyante Oscar Wilde-look, kreeg ik het door.

Dat is waar de menagerie van drie dieren om de hoek komt kijken. Knoop erin, papegaai op je schouder, visje in het midden, een olifant maken en slurf door de lus. Zo ga ik het wel onthouden. Als u denkt dat ik gek geworden ben, moet u het zelf maar eens proberen. En het is nog lang zo gek niet als de jongen tijdens dansles die alleen de Engelse wals kon dansen als hij zachtjes, maar toch hoorbaar, lé-ver-worst, lé-ver-worst zei. 

De rollen zijn omgedraaid. Ik zou zomaar met mijn eigen zoon willen trouwen! En die onscherpe foto's zijn niet om te voorkomen dat u dat ook wilt, maar het valt niet mee een zestienjarige te laten poseren op een donkere dag als hij eigenlijk wiskunde moet leren.

De tutorial voor een vlinderdas uit een stropdas vindt u hier.





13 februari 2016

Kennis is ook niet alles

Bijna iedereen die een klein baby'tje vasthoudt voelt de onbedwingbare behoefte om even aan het hoofdje te snuffelen en de zoete geur van onschuld op te snuiven. 
Zo begon laatst een voorlichtingsavond voor ouders op een middelbare school. Het publiek knikte instemmend. Zo'n babyhoofdje, dat konden we ons allemaal nog wel herinneren. De liefde, zo ging de spreker verder, moest welhaast door de neus gaan.

Paradoxaal genoeg ging het verhaal die avond over 'de puber'. Wie van u zo'n exemplaar in huis heeft zal zich misschien vertwijfeld afvragen of het reukorgaan en de liefde voor het kind niet eerder op gespannen voet staan. Eerder helpt het ons afstand te nemen van dat teerbeminde kind. Of beter: te aanvaarden dat het afstand neemt van ons.

Met twee pubers in huis kon ik een glimlach niet bedwingen. Het stinken valt hier overigens wel mee. Erger zijn de luchten waarmee ze mogelijk rieken denken te kunnen bedwingen. Als zij na het ontbijt de kamer hebben verlaten zitten de achterblijvers nog tot de lunch in een sterke deodorantlucht. 

Ons derde kind is nog geen puber. Maar toen ik laatst, na een aanvaring met de oudste, smeekte of zij kon overwegen er nooit een te worden, zei ze lachend dat ze helaas niets kon beloven. 

Een schoolkind nog, maar wel druk met de volgende stap. Volgend jaar gaat ook ons jongste kind naar de middelbare school. We wonen hier in een omgeving waarin weliswaar keus te over is wat betreft middelbare scholen, maar waar er op de meeste wel geloot moet worden. Leerlingen uit groep 8 moeten een lijstje van 5 scholen opgeven en er maar het beste van hopen. 

De keus van een middelbare scholen zorgt vaak voor een waterscheiding. Wat de een aanspreekt, stoot de ander af. Voor de derde keer liepen we een fiks aantal open dagen af. Ik verbaas me over scholen en ouders. We wonen in een omgeving waarbij een flink aantal ouders meent dat hun kind hoogbegaafd is. Alsof dat zo'n cadeautje is. Alle VWO's  besteden dus flink aandacht aan wat er allemaal extra gedaan kan worden voor superintelligente kinderen. Chinees leren of versneld examen doen. Kortom: nog meer kennis.

Onze kinderen zijn niet hoogbegaafd. Wel leren ze makkelijk en zijn ze lang niet dom. Ook zij kregen al op de lagere school te maken met plusklasjes en extra stof. Ik geloof hier eerlijk gezegd niet zo erg in. Ik denk dat je de slimmeriken misschien een heel andere uitdaging moet geven. Maak eens iets met je handen. Doe eens iets kunstzinnigs. Kom eens uit dat brein. Misschien moet je andere talenten eens de kans geven om te ontwikkelen. 

Onze dochter maakte een top drie van de scholen die ze bezocht.  Het is ook onze top drie, misschien in een andere volgorde, misschien ook niet. Zij kiest. Zij moet er tenslotte tenminste zes jaar doorbrengen. Ik hoop dat zij er meer leert dan kennis alleen. 

We namen vast een voorschotje op een nieuwe stap door haar kamer eens aan te pakken. De roze muren werden blauw. Er werd een kastje opgehangen voor bijzondere objecten, waaronder het duifje dat haar pake maakte. Op te voorkomen dat de deur tegen het kastje zou botsen maakte ik een deurstopper in de vorm van een uil, die voor de foto even op haar bureautje staat.

4 februari 2016

Een rare categorie


Ik blog niet meer. Dat had u misschien al gemerkt. Al komt hier dagelijks nog wel een handjevol mensen kijken. Nog een knappe prestatie voor een blog dat al meer dan een half jaar niet meer wordt ververst.

Nu had dat deels te maken met een kapotte camera. Hoewel het hier altijd tekst vóór beeld was, had ik toch wel een standaard waar een vervlogendagenfoto aan moest voldoen. U kent de dogma's wel: spiegelreflex op handmatig en geen flits. Sommigen van u mogen met een smartphone Mario Testino eruit fotograferen, maar daar hoor ik niet bij.

Voor een groot deel heeft het ook te maken met de niche waarin ik dit blog had geparkeerd. "Grappige columns voorzien van foto's van zelfgemaakte items die bij voorkeur niets met elkaar te maken hebben", dat is geen erg herkenbare categorie. Eerder een eenmansfractie.


Maar weet u wat? Zoals iedereen op social media altijd roept: ik doe dit voor mijzelf! En bij hoge uitzondering plaats ik daar zowaar een foto van mijzelf bij.

U weet wat het is met eenmansfracties. Ze zitten daar omdat ze niet langer bij hun partij konden, mochten of wilden blijven, maar ze waren zo gehecht aan het pluche. Al heet het meestal in politiek correcte bewoordingen dat ze hun kiezers niet in de steek konden laten.

Ook ik ben gehecht aan mijn plekje. En hoewel ik niets tegen een beetje politieke correctheid heb, denk ik niet dat ik u, de lezer, niet in de steek kan laten. U heeft wel wat anders aan uw hoofd. Maar fijn als u weer aanhaakt. Om tekst, beeld of idee. Dat is mij om het even.

U ziet de foto's van een wollen quilt. Deze maakte ik voor Stu Blu. Een handmade label waar ik u de komende tijd wat meer over zal vertellen. Voor Stu Blu bedacht ik de SUITED serie. Quilts van het mooiste Italiaanse kamgaren en kasjmier. Pure luxe en geheel handgequilt. De trui is een ontwerp van Isabell Kraemer en heet Elementary en heeft toevallig precies dezelfde kleuren. De wol is Jamiesons Spindrift.

De sjaal heeft de poëtische naam "stories from Snoqualmie Valley" en waar dat ook mag zijn en klinkt als een plek waar ik wel naar toe wil. Het is een ontwerp van Annie Rowden. Deze sjaal kostte nog geen twintig euro omdat ik heb breide van Drops Nepal van nog geen 2 euro per bol. Waarom is dat zo goedkoop? Vast geen goed nieuws. Weet u nog dat ik mijn kinderen leerde dat gratis niet bestaat en goedkoop verdacht is?




29 juli 2015

Corsicaans geluk

Het lijkt hier net alsof wij alsmaar op vakantie gaan. De waarheid is dat er gewoon zelden geblogd wordt. Slechts bij bijzonderheden. En onze vakanties zijn nu eenmaal bijzonderheden, hoe graag ik ook zou willen dat het echte leven zo zou zijn.

We deden eens gek dit jaar. Al in juni boekte ik een boot naar Corsica. Geen bonnefooi dit jaar. Wel ouderwets kamperen. Gewoon een mooi stekkie zoeken en daar zolang blijven als je wilt. En dat bleek láng. Drie lange luie weken bleven wij op dezelfde camping. (Camping les Iles)

We vertrokken tijdens de hittegolf in Nederland en troffen het op Corsica zo mogelijk nog warmer. Dus luier je wat in je hangmat, leest een eind weg en zoekt de zee op. Tussen Porto Vecchio en Bonifacio liggen stranden die nogal eens vergeleken worden met die van de Seychellen of Thailand. Van de Seychellen is het nog nooit gekomen, sterker nog, ik weet niet eens precies waar die liggen en in Thailand wil ik niet dood gevonden worden. Maar dit zijn de mooiste stranden waar ik ooit was.

Wat je daar dan doet? Snorkelen en elkaar vertellen wat je hebt gezien. Vissen dus. Heel veel vissen. Zonder snorkel kon je die trouwens ook prima zien, want helderer water zag ik nog nooit. En verder lezen onder de parasol en je insmeren met factor 50, wat ik voorheen de paniekfactor vond.

Bonifacio ligt bovenop witte krijtrotsen en moet wel de mooiste natuurlijke haven ter wereld zijn. Op de route naar de camping langs die kliffen, stonden op alle uren van de dag mensen te fotograferen. Jonge stellen plaatsen meestal het bevallige meisje voor het stadje en zij die de jeugd al verloren hebben plaatsen een statief om het stadje zo mooi mogelijk in beeld te brengen. En wij? Wij hadden te maken met een haperende camera. Die had zo z'n eigen vakantie. Dus hannesten wij wat met onze oude iPhones. Jammer? Ja, heel jammer, maar man, wat een stuk lichter!

Dus zijn dit vrij belabberde foto's van de meest fotogenieke vuurtoren die ik ooit zag. Vuurtorens zijn niet alleen een baken voor schepen, maar ook voor landrotten hebben ze een geruststellende werking. Een vuurtoren straalt vertrouwen uit. Land in zicht. Alles komt goed. Wij liepen in de zinderende hitte naar de vuurtoren la Madonetta, die met het allermooiste rood geschilderd is.  Het was meer dan een uur lopen, maar we waren er helemaal alleen en konden vanaf daar het turquoise water is. Geluk is zo makkelijk!


En ik zie ze zo graag lopen. Onze kinderen, mijn gezin. Een beetje van een afstand, zodat het idyllisch blijft. Ik ben trouwens noodgedwongen op afstand. Als fotograaf, maar ook als zwakste schakel. Zoiets gaat sluiperderwijs, maar is een onomkeerbaar proces.

Omdat we er maar niet toe kwamen om dat heerlijke Bonifacio te verlaten, stapten we af en toe in de auto voor een flinke rit richting Aguilles de Bavella. Zo hoog is het er niet, maar je hebt het gevoel in de Alpen te zijn.


Ook daar zochten we de verkoeling van water. Purcaraccia en Polischellu zijn rivieren waar het goed stroomopwaarts klauteren is om vervolgens in verschillende bassins te kunnen zwemmen. En ik weet niet wat het is met jongens, maar die volgen constant een innerlijke drang om overal bovenop te klimmen, om er vervolgens weer vanaf te kunnen springen. Het zal we iets evolutionairs zijn, maar ik kom er nog niet achter. Het wordt gedreven door testosteron, zoveel is mij duidelijk.

Water was en bleef het thema. De jongens huurden een zeilboot en Lauren ging suppen. En wij? Wij keken ze na van de kade en vonden dat we de leukste kinderen van de hele wereld hadden.


 Die Lauren overwon nog wat in zichzelf. Al jaren zeilen onze jongens op de Westeinder en ook zij heeft een paar jaar in een Optimistje gezeild. Ze is de sportiefste van het stel, maar zeker geen waaghals. Met zeilen heb je nu eenmaal niet alles onder de controle. Ze gaf de brui eraan, maar iedere keer als we de jongens gingen halen wilde ze mee. De haven, de zeilschool, het trok haar aan en stootte haar af. Ze wilde het zo graag leuk vinden, maar aan het eind van de rit vond ze het eng. Hoe dapper was het dat ze besloot om met de jongens in een catamaran te zeilen! En hoe lief, dat deze snelheidsduivels die nog nooit in een catamaran hadden gezeild hun best deden om niet al te schuin te gaan. Het was voor allerdrie het allercoolste van de hele vakantie!

Tot slot nog een eervolle vermelding voor het meest sympatieke barretje ooit, Buvette du Piantarella. Een simpele houten hut, waar je wat kunt drinken, maar ook een pizza kunt eten als je zo goed bent om je bestelling zelf even bij de keuken af te geven. Die roepen vervolgens je naam als je pizza klaar is, serveren hem op een badkamertegel en snijden hem in behapbare stukken. Geniaal. In een volgend leven begin ik ook zo'n barretje!

Corsica. Aanrader. Volgend jaar weer. Einde bericht.












15 juni 2015

Slaapfeestje

Ieder kind is uniek, maar de meeste kinderwensen zijn dat niet. Zo komt er in het leven van iedere ouder een moment dat je kind, zéker als het een meisje is, om een slaapfeestje vraagt. Het idee van een slaapfeestje is, dat er zich op onchristelijke uren een groep wakkere kinderen in jouw woonkamer bevindt, en jij knarsetandend en scheel van vermoeidheid je ergernis verbijt op je slaapkamer.

Ik zei dus rigoreus nee, de eerste twee keren dat het me gevraagd werd. Geen denken aan! De alternatieven waren niet lullig. Het 'wie-is-de-mol-feestje' of de zeepkistenrace waren gedenkwaardige feestjes.

Toen ook ons jongste kind voorzichtig opperde, zoals alleen zij dat kan, "dat op zich een slaapfeestje mij ook heel leuk lijkt", ging mij een lichtje op. En zo kwam het dat wij afgelopen weekend haar slaapfeestje hielden. Acht maanden na haar verjaardag. In onze tent.

Daar waar ik normaal in een partyplannermodus schiet om vanalles te maken, te bakken, te bedenken, te organiseren en in goede banen te leiden, deed ik niets. Nou ja, bijna niets. Ik maakte een uitnodigingen en twee vlaggen om te veroveren, maar dat was het.  Door zeer wisselende weersvoorspellingen hakten we twee dagen van tevoren de knoop door. Dat bleek een iets té nonchalante houding, want het werd nog even spannend of er plek was. Blijkbaar is de camping het Chersonissos van de basisschool, want hele hordes groepen acht vierden hun aanstaand afscheid daar. Maar ook dat kwam goed.

We sjouwden de kampeerspullen van de zolder (bezint eer ge begint: voor je nachtje heb je net zo veel nodig als voor drie weken), haalden een taart bij de Hema (ik had mijzelf altijd verplicht tot het zelf bakken van de verjaardagstaart), zetten de tent op en ontvingen de gasten. En vanaf daar liep alles vanzelf.

Tienjarigen kunnen zichzelf uitstekend vermaken op een camping en hebben vooral geen boodschap aan bemoeizuchtige ouders. De van nature bemoeizuchtige ouders (ok, alleen ik) gingen met een vakantiegevoel voor hun tentje zitten en waren slechts toeschouwers . We haalden friet en kroketten en zagen dat er uiterst lauw op de thuisbereide salade werd gereageerd. Rens Kroes heeft met haar powerfood de tienjarigen van deze wereld, in tegenstelling tot whatsapp en instagram, nog niet bereikt. Dat is vermoedelijk goed nieuws.

Ze hesen zich zelfs uit eigen beweging in de pyjama. Hun plan was om chips te gaan eten in de tent. Na zoveel fast food stak mijn inner powerfoodgoeroe daar een stokje voor, maar dat was dan ook de enige ouderlijke ingreep. Twee uur lang kletsten en giegelden ze, en toen ik om om 23.30 uur zei dat ze maar eens moesten gaan slapen, slaakten ze een diepe zucht en vielen vrijwel onmiddelijk in slaap.

Ik kan het iedereen aanraden zo'n slaappartijtje.

Echter. Zelf heb ik niet zo lekker geslapen. Tot 01.00 uur cirkelde er een helikopter boven de camping. Het is op zo'n tijdstip dat mijn fantasie van zo'n helikopter heel makkelijk een ontsnapte TBS'er maakt die het voorzien heeft op een tent vol slapende meisjes. Mijn man kon niet voorkomen dat ik ging googelen op 'politiehelikopter boven Vogelenzang', maar voorkwam dat ik ook nog wilde achterhalen wat verschillende codes op de politieradio te betekenen hadden. Tegenpolen door dik en dun.

Om half vijf werd ik wakker van kwetterende vogels en kwakende kikkers. Kon slechter.

15 mei 2015

Vite, vite, maintenant!

Laatst las ik in de Volkskrant dat koken iets is geworden waar je goed in kunt zijn. Nou durf ik gerust te zeggen dat ik goed kan koken en dat we hier bovengemiddeld lekker eten, maar waar ik echt goed in ben, is vakantie. Ik weet niet of de Volkskrant vindt dat je daar goed in kan zijn, maar ik ben het dus wel.

Er zijn mensen die heimwee krijgen op vakantie, of ruzie, of migraine, of alledrie tegelijk. Er zijn mensen die een huisje huren en dat dan eerst helemaal schoon gaan maken met van huis meegebracht schoonmaakmiddel. Er zijn mensen die ieder jaar naar de zelfde plek gaan. Er zijn ook mensen die een bloemenzeiltje van Kitsch Kitchen meenemen om over de vakantietafel te gooien, maar dat is weer een heel ander verhaal, die denken dat ze in een woonblad wonen.

Maar ik kan het goed, vakantie. We prikken een week, bedenken een plek, verwerpen het idee wegens te duur, te nat, te ver of te eenzaam en slaan eens aan het googelen. (Ja, dat schrijf je zo. Dat heb ik geleerd van 'beter spellen.nl', meldt u zich daar aan, want u gaat er beter van spellen.) Ik schrijf we, omdat ik doorgaans in het gezelschap van mijn gezin op vakantie ga, maar ik kan u verzekeren dat er weinig we in de voorbereiding zit. Naar ieders tevredenheid overigens.

Mijn google-techniek wordt hier belachelijk gemaakt door mijn zoons. Het geval wil dat ik hele volzinnen typ als zoekopdracht. "Waar moet je zijn op Corsica?", "schattig overnachtingshotelletje bij Lyon", "hoe heten gratis fietsen in Parijs", "met welke veerboot naar Denemarken". Aangezien wij altijd meer dan prima terecht komen en al mijn vragen beantwoord worden, ga ik ervan uit dat dit de enige juiste google-techniek is.

Al googelend kom ik op de mooiste plekken die ik in mijn denkbeeldige vakantiedatabase opsla. Mijn geheugen heeft daar veel plek voor vrijgehouden. Verjaardagen vergeet ik, maar mooie plaatsjes, stranden, hotelletjes en campings heb  ik zo voor u paraat. Zo komt het ook dat ik mensen stalk die zojuist teruggekeerd zijn van een,  naar eigen zeggen, heerlijke vakantie. "We zaten in Toscane", "O leuk, waar precies?". "Een halfuurtje van Pisa of zo.". (hier begin ik al een beetje van mijn geduld te verliezen) "Hoe heette het plaatsje dan, waar jullie zaten?" "O, dat weet ik niet meer hoor, iets met Borgo di nog wat" (ik begin alle Borgo di's die in mijn virtuele database zijn opgeslagen op te noemen, maar het mag niet baten.)

Die informatie is slechts voorpret, maar onlosmakelijk verbonden met vakantie. En omdat ik nog niets vastleg, heb ik voorpret van gebieden waar ik nooit naar toe zal gaan.

We gingen nu een weekje weg. Een weekend Parijs, vijf dagen Normandië. De weersvoorspelling was rampzalig. Het weer kreeg van weeronline, een belangrijke partner in mijn vakantievoorbereiding, alle dagen een 4. Dat bleek reuze mee te vallen. We werden een keer serieus nat en kwamen verder met bruinverbrande hoofden terug.

Parijs, dat was dit keer l' Orangerie en Louvre (smartphonegekte rondom highlights. Rechts fotografeert men de Mona Lisa.). Geheimtip voor het laatste museum: neem de ondergrondse ingang van Carroussel du Louvre, als u niet in de rij wilt staan. (Volgens de kinderen zou ik tegen iedereen in een rij willen zeggen wat hier boven dit stukje staat. Niet dat dat direct waar is, maar het verklaart wel iets over mijn geduld om in rijen te staan.) Verder veel slenteren en verlekkerd naar etalages kijken van talloze macaronbakkers. Eten langs Canal St. Martin, voor het andere Parijs. Zoals onze zoon tegen een buurman zei: hoe kan het niet leuk zijn in Parijs?

Vanuit Parijs reden we via Giverny naar Normandië. Daar schilderde Monet de doeken die in l' Orangerie hangen. Ons bezoek drukte de gemiddelde leeftijd een flink eind naar beneden. De waterlelies bloeide nog niet, maar daar was de tuin niet minder om.

Fécamp lag er zonovergoten bij. Je zou bijna vergeten dat het een beetje een grauwig stadje is. Beter zit je in Yport, maar daar was geen plaats meer in de herberg. We gingen naar Etretat, Honfleur en le Havre en reden via Rouen weer naar huis. We waaiden uit, kweekten sproeten, lazen een boek en dronken een glas. Jammer, dat het weer voorbij is. Zo, nu weet u van de hoed en de rand.
Waar -precies- gaat u zo graag naar toe?


21 april 2015

De marathonman, de blogvriendin en een tas

Twee weken geleden liep mijn man de marathon van Rotterdam. Nooit ga ik met hem mee, maar dit was zijn eerste marathon en het leek me dat hij wel wat aanmoediging kon gebruiken. "You'll never walk alone", was tensloote het motto. Nu valt een marathon rennen niet mee, maar een marathon volgen als kijker is ook nog niet zo makkelijk. Vlak na de Erasmusbrug zocht ik een plekje. De lopers zouden in twee rijbanen van de brug rennen. Ik vermoedde dat mijn man de binnenbocht zou nemen, dat scheelt meters nietwaar, en zag mijn vermoeden bevestigd  toen de eerste wedstrijdlopers vlak onder mijn neus voorbijliepen. Helaas verplaatste mijn man zich in mij, dacht dat ik de buitenbocht zou staan omdat ik daar handiger voor mijn afspaak zou staan en zo misten wij elkaar. 

Mijn afspraak was met H. van Lightbluegrey. We spraken af op een pleintje bij haar in de buurt en op de weg daarnaar toe liep ik door het meest Rotterdamse stuk van de stad. Natuurlijk was zo'n kopje koffie tussen twee marathonhaltes in veel te kort om bij te kletsen. Dat doen we binnenkort beter! 


Haastig spoedde ik mij terug naar de Erasmusbrug. Het zou me toch niet gebeuren dat ik hem weer zou missen. Mijn ogen schoten van links naar rechts en terug in de deindende massa, speurend naar die ene overbekende persoon. Zoveel groene shirts? Gelukkig zag hij mij. Na vijfentwintig kilometer nog zo fris als een hoentje. 

Ik meende nog wel tijd te hebben om hem ter hoogte van de Kralingse Plas aan te moedigen. Ongelooflijke hoge nood hield mij lange tijd op in een broodjeszaak. Weer miste ik hem. Het was na zesendertig kilometer. Hij had wel een 'hup liefje' verdiend. Ik spoedde mij inmiddels weer naar de metro voor de finish. 

We zagen elkaar terug op de Coolsingel. Moe, maar voldaan, zoals dat heet. Hij strompelde lichtjes, dat viel nog mee. In de metro zag ik mannen die de trap niet meer af konden. Dat ik ook een blaar op mijn voeten had, hield ik maar voor me We dronken een biertje op een terras in de zon en genoten van de dag, de prestatie (3.19.47), de sfeer en de stad. Het was een topdag.

H. had deze tas bij zich, wat mij inspireerde om ook weer eens tas van vilt te maken. Misschien handig voor het aanstaande tripje Parijs/Normandië uin plaats van de kloeke  tas  die ik altijd meesleep en vervolgens bij ieder museum aan de security kan overhandigen...U hoort het wel.

28 februari 2015

Het kan altijd erger.....

Mijn afschuw van breipraat mag bekend verondersteld worden. Het is de reden dat het hier zo stil is. Want hoe duf ook, breien is verschrikkelijk verslavend, net als de place-to-be voor zij die breien: Ravelry. Als ik Ravelry nooit had ontdekt, zou ik niet zoveel zijn gaan breien, maar ook waar is het dat ik zonder Ravelry veel meer zou breien. Laten we het de Ravelry-paradox noemen.

De coolheidsfactor van breien stijgt echter exponentieel zodra het suffe zusje in beeld komt. Haken is nog erger. Het voelde goed dat ik mij nooit tot granny squares had laten verleiden. Ja, ik brei ja, maar ik haak niet! Het is de moed der wanhoop. Zoals een snuivende drugsverslaafde nog een zekere hoop kan putten uit het feit dat 'ie niet spuit.

U voelt hem wel aankomen. Ik zit aan de grond. Ik haakte. Wat? Ja, ik haakte en geen hippie-deken die zo wonderwel past in een met polkadots en hertengeweien overladen interieur. Ik bezit ook geen dergelijk interieur, maar zo'n deken verschaft nog enige warmte. Hoewel? Ik heb de stellige indruk dat veel van die dekens met zwaar inferieure acryl worden gehaakt en dat de warmte dus nog maar te bezien valt. Nee, ik haakte een beer, van prachtig zachte Malabrigo merino. Dat dan wel.


Ik heb nooit veel opgehad met knuffels. Natuurlijk heb ik altijd een oogje dichtgeknepen voor Klakkie, Pup Pup, en Knor, de onafscheidelijk levensgezellen in de eerste jaren van onze drie kinderen, maar veel meer kwam er niet in. Maar nu is er de beer.

Het kwam zo. (Ik heb heus niet, zo maar, voor de lol, gewoon omdat 'ie zo schattig is, een beer gehaakt, hoor.) Lauren haakte op school een muts. Dat mag op een school waar de nadruk nogal op kennis en sociale ontwikkeling ligt een wonder heten. Het was een jongen notabene, die het voorstelde, waarmee ik niet direct wil suggereren dat de emancipatie voltooid is, maar toch...

Ze haakten een zogenaamde My Boshi muts en ze raakten allemaal af en gedragen. Ik droeg een klein steentje bij omdat ik een van de weinige ouders was die wel eens een haaknaald van dichtbij hadden gezien. Na het voltooien van de muts beschouwde Lauren zich een prof en speurde het internet af naar een vervolg.

 Ik zag hem al regelmatig op Ravelry, maar nu verscheen hij ook bij Lightbluegrey: Rita the Rabbit. Dat zou het worden voor Lauren. Ik viel haar niet lastig met mijn vooroordelen over haken, blij als ik ben dat ik handwerkgen zo dominant is! Om Lauren een beetje te kunnen helpen, omdat haar zelfvertrouwen haar kennis nog wel eens overtreft, haakte ik een beer. Dus.....

Ik kan het niet helpen. Hij is zó schattig! En is kruissteekborduren eigenlijk niet nog suffer dan haken?

Klik hier voor het patroon van Bina de Beer.

21 januari 2015

Zittenblijven

Doorgaans worden we niet blij van de politiek. Politiek gaat niet over idealen, zo je daar al blij van zou worden, maar over betaalbaarheid. Of eigenlijk, over de onbetaalbaarheid van allerlei verworvenheden die wellicht wél op basis van idealisme zijn ontstaan.

Dus nee, we worden niet blij van de afschaffing van de studiefinanciering en ook niet van alle veranderingen in de zorg. Toch werd er onlangs tenminste een huisgenoot heel blij van de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen

Sander Dekker, want daar hebben we het over, vindt zittenblijven ofwel doubleren, ouderwets. Sinds meneer Dekker vorig jaar beweerde dat Bananasplit niet thuishoort bij de publieke omroep, ben ik geneigd met iets meer interesse naar deze man te luisteren. Mijn oudste zoon, die momenteel op zittenblijven staat (hetgeen een wonderlijke combinatie van werkwoorden is), is het in dezen roerend eens met de staatssecretaris.

Natuurlijk gaat ook het beleid van Sander Dekker over betaalbaarheid. Zittenblijven is te duur. Bijna de helft van alle leerlingen blijft voordat zij het voortgezet onderwijs verlaten, een keer zitten! De piek valt in het voorlaatste examenjaar of aan het begin van de basisschool.

Dat zittenblijven op de middelbare school niet het allerdoeltreffendste middel is, daar ben ik het wel mee eens. Vaak zijn er maar een paar vakken waarop de leerling een achterstand heeft en dat is waarschijnlijk ook wel op een andere manier in te halen. Maar doubleren in de beginjaren van de basisschool? Dat is de kleuterschool!

Toen ik op de kleuterschool zat, speelde je in de poppenhoek of met de zandtafel. We zongen liedjes in de kring of deden een plakwerkje waarbij je rondjes, vierkantjes en driekhoekjes achter elkaar plakte. Ik herinner me dat we soms schoenen mochten poetsen; een hoogtepunt! Als je vader of moeder jarig was, maakte je een slinger, die in een grote versierde puntzak mee naar huis ging. Sowiezo knutselde je dat het lieve lust was. Ik wil de kleuterjuffen van toen niet voor het hoofd stoten, maar in mijn beleving was het dat wel zo'n beetje.

Bij onze kinderen veranderde het al een beetje. Ze hadden een kiesbord, leerden al letters ("vandaag mogen we iets meenemen met de P"), verruineerden al hun tekeningen door er groot hun eigen naam op te schrijven en hadden, godbetert, cito-toetsen. Ook hun kleuterjuffen wil ik niet voor het hoofd stoten, maar die hadden klaarblijkelijk niet zoveel op met dat moderne toetsgedoe, dus gelukkig bleef er verder veel bij het oude.

Toen ik klein was ging je naar de 'grote school' als je voor 1 oktober zes jaar werd. Sinds 1986, toen de basisschool ontstond, waarbij de kleuterschool geïntegreerd werd en we van klassen naar groepen gingen, is die datum verlaten. Officieel is het zo dat ouders en leerkrachten samen bepalen of de leerling er aan toe is om naar groep 3 te gaan. In praktijk komt het erop neer dat alle kinderen die voor 1 januari zes jaar worden, doorgaan naar groep 3. Is zo'n kind er nog niet aan toe om overstelpt te worden met kennis, dan blijft het een jaartje langer kleuteren. Dat noemen ze in Den Haag doubleren. Op die manier is het geen wonder dat de piek van doubleren in de beginjaren van het basisonderwijs ligt. Dat zou tot het voortschrijdend inzicht moeten leiden dat 1 oktober zo'n gekke datum nog niet was, maar helaas leidt dat tot het inzicht dat zittenblijven ouderwets is.

Ons oktoberkind is al voor ze zes jaar was naar groep 3 gegaan. Tot de kerst vond ze het vreselijk. Ze moest veel te hard werken en had geen zin om te leren lezen. Met pijn in mijn buik keek ernaar. We hadden dit inderdaad in samenspraak met de leerkracht besproken. Ze was groot en had twee oudere broers. Het leek een goede beslissing. Uiteindelijk kwam het ook op z'n pootjes terecht.
Als ze in het tempo van nu doorstoomt naar haar eindexamen, waarbij ik ervan uitga dat ze zes jaar over de middelbare school zal doen en vier jaar over haar studie daarna, is ze 21 als ze klaar is. Klaar voor wat? De arbeidsmarkt? Als de arbeidsmarkt tegen die tijd niet veranderd is, krijgt ze overal te horen dat ze nog een beetje te jong is. Mag ze dan nog een jaartje kleuteren?

Het junikind, dat nu niet bevorderbaar is naar 5 VWO, ging zonder gesprek over naar groep 3. Klein, jong voor zijn leeftijd en nog lang niet uitgespeeld. Het lijkt hem een nachtmerrie om te blijven zitten en zolang dat een goede motivatie voor hem is om hard te werken, hoor je er mij niet over. Maar zittenblijven lijkt mij, hoewel ouderwets en onbetaalbaar, zo gek nog niet.

Zoals u van mij gewend ben komen plaatjes en tekst wederom totaal niet overeen. Deze twee patronen bleven zitten. Ik breide ze tenslotte beide al eens eerder. Verder gaf ik ze beide weg aan vriendinnen. Zie ravelry voor meer bijzonderheden, waarbij ik er wel bij wil vermelden dat als je een beetje kan breien, die blauwe een absolute must is. Het ribgedeelte vormt een warme kol om je nek en dat is een bijzonder clever ontwerp!











12 januari 2015

Charlie en ik

Ik kijk overdag nooit televisie. Om de zelfde reden waarom ik geen joggingbroeken draag of overdag wijn drink. Maar op 11 september 2001 zat ik de hele middag voor de tv. Een middag die door mijn slechtpratende peuter van twee jaar bondig werd samengevat met "boem, 'tuig".

Natuurlijk waren er wel meer middagen dat ik eens voor de televisie zat. De traan van Maxima tijdens haar huwelijk zag ik live naar beneden biggelen en ik zal ook de nodige sportevenementen hebben gezien. Afgelopen vrijdag zat ik er weer. Gebiologeerd staarde ik naar een groene heuvel met daarachter een door politiebusjes afgezette weg. Joris van Poppel deed voortdurend verslag van het laatste nieuws: geen nieuws. Het adagium 'geen nieuws is goed nieuws" ging hier vermoedelijk niet op. In de loop van de dag kwam Ron Linker erbij. Hij had slecht nieuws. Er werden mensen gegijzeld in een joodse supermarkt.

Inmiddels had een vlot van de tongriem gesneden puber zich bij mij gevoegd. In plaats van een bondige samenvatting zoals dertien jaar eerder had hij vooral vragen. Of ik vond dat je alles moest kunnen zeggen, of ik mijn werk zou blijven doen als ik bedreigd werd, of Geert Wilders alles mag zeggen, of je mag beledigen. Goede vragen, twijfelende antwoorden. Ik merkte op dat we misschien wel beelden gingen zien die we niet wilden zien. Toch bleven we kijken.

Het liep af. Niet goed. Het had nog erger gekund. We spraken over de wenselijkheid van berechting in plaats van dode daders en katterig begon ik te koken.

Gister zat ik er weer. Het begon een gewoonte te worden. We keken hoe meer dan een miljoen mensen in Parijs meeliepen in een manifestatie voor het recht op  vrijheid van meningsuiting en tegen geweld. Het hartverscheurende verdriet van nabestaanden en collega's kwam rauw binnen. Ik vond "je suis Charlie" een bijna net zo treffende samenvatting van het algemeen heersende gevoel als "boem, 'tuig" eerder. Niet iedereen was het daar mee eens. En er was meer kritiek. Is er niet altijd kritiek? Op hypocriete politieke leiders die meeliepen, op moslims die niet massaal genoeg meeliepen en wat al niet meer. Kritisch zijn en kritisch denken is onmisbaar, maar om kritiek te hébben, moet je misschien vaker het moment afwachten.

"Même pas peur", las ik vaak. Ik wel. Ik ben hartstikke bang, maar gister vond ik het toch vooral hoopvol. Op televisieloze middagen!

14 december 2014

Reintje again

De zeefdruk aan de rechterkant maakte ik vorig jaar. Hij hangt aan een paar plakbandjes op mijn werkkamer. Dat is al een zeer prominente plek want de meeste zeefdrukken liggen bovenop of achter een kast. Voor Merlijne, een jarig vriendinnetje van Lauren, drukte ik de tekening, weliswaar iets vereenvoudigd, op stof om er een make-up tasje van te maken. Waar kinderen van tien make-up voor nodig hebben, mag u mij vertellen.

Op de lagere school begint het in het laatste jaar. Ineens hebben de meiden mascara op en dragen ze hun tas aan een arm die ze nogal moeilijk gebogen voor zich houden. Op schoolfeestjes hebben ze glitterjurken aan en hoge hakken waar ze zich wankel op voortbewegen. Hun lange losse haren wapperen ze voordurend van links naar rechts. Lauren zit in een combinatieklas met groep acht en waar ze altijd met elkaar gespeeld hebben, is nu een grote verwijdering. Groep zeven is zó kinderachtig. Zouden die van ons volgend jaar ook zo zijn?

Een vosje voor Merlijne was evident. Merlijne geeft Lauren iets met een uiltje en andersom geeft Lauren iets met een vosje. U herinnert zich wellicht Reintje? We deden Reintje voor Merlijntje nog maar eens dunnetjes over.

De voering maakte ik van een toile cirée van Petit Pan. Nou Petit Pan kan er wat van, maar wat een rotspul is toile cirée. En hoe belangrijk is het eigenlijk dat je een make-up tasje voor een tienjarige kan schoonmaken? Nou ja, dat zijn gedachten achteraf.


10 december 2014

Nu mis ik haar....

Als kind had ik nooit een ingebeeld vriendje. Mijn broer wel. Mijn broer had Oom Piet. Fijne vent, Oom Piet. Hij gaf hem aanstekers, zakmessen en klapkauwgum. Hij wel. Ergens geloofde mijn broer écht in Oom Piet. Maar geloven was makkelijk in die dagen. Hij geloofde in God, Sinterklaas en Oom Piet. Maar Oom Piet kwam ook heel handig uit om de herkomst van allerlei contrabande te verklaren.
Ik had geen contrabande te verklaren en bovendien geen interesse in zakmessen en aanstekers. Ik had dus geen Oom Piet, maar ik had wel Buurvrouw Mientje. En het beste van Buurvrouw Mientje was dat ze echt bestond. En hoe. 

Buurvrouw Mientje was kinderloze weduwe in een nieuwbouwblok vol kinderen. En wij waren gek op haar. Maar zoals dat gaat in een nieuwbouwblok vol huurhuizen en jonge gezinnen: met de welvaart kwam het koophuis en  iedereen trok weg uit het blok van Buurvrouw Mientje. Toch bleef ik haar altijd opzoeken. 

Eindeloze spelletjes yahtzee heb ik er gespeeld. En niet lullig. Niet een rijtje, zoals ik me er nu met mijn kinderen van probeer af te maken, maar gewoon een heel velletje vol. We hadden het goede rijtje, het slechte rijtje en vanalles ertussen in. Ze had een oranje bouclé tafelkleed en een leren yahtzeebeker. Af en toe pulkten we het vervilte oranje pluis van de bodem van de leren beker. 

Ik maakte er Sinterklaassurprises, de mooiste ooit. Zelf kon ze prachtig tekenen en ze leerde mij de fijne kneepjes. Samen lachten we om deftige mensen. Daar hield ze niet van. En soms kwam ik bij haar en dan was de huiskamer ineens verplaatst naar boven. Ik ging mee naar haar schoonfamilie. Drentse boeren waar altijd een hele sliert  mensen rond een keukentafel zat koffie te drinken. Ze strooide met oneliners en wijsheden die ik waarschijnlijk maar half begreep. Ze was mijn eigen Annie M. G Schmidt en net zo kippig.

Toen ik twaalf was verhuisde ik naar de andere kant van het land. Het contact veranderde natuurlijk en bovendien werd ik een puber met meer oog voor vriendinnen en jongens dan voor oude buurvrouwen, maar het contact bleef altijd. Ze volgde mijn ontwikkeling. Dat ik ging trouwen en dat er drie kinderen kwamen, ze heeft het allemaal meegekregen. 

Afgelopen zomer is ze overleden. In de negentig. En vandaag mis ik haar. Vandaag viel de eerste kerstkaart op de mat en die was niet van haar. Jarenlang was traditioneel de eerste kerstkaart van Buurvrouw Mientje, maar niet vandaag. Dus ja, vandaag mis ik haar.

Ik maakte een muts voor mijn huidige buurvrouw en een voor mijn buurmeisje. Klik op de link voor de patronen op Ravelry.