29 juli 2014

De beste tijd van het jaar

Wij zijn geen planners. Geen mensen die in januari, of godbetert in november, een vakantiebestemming bepalen, een uurtje googelen en de hele rattaplan boeken. Pas als het in Nederland een beetje mooi weer wordt en je bijna kan aftellen naar de vakantie, dan begint het te leven. Natuurlijk zijn sommige bestemmingen dan uitgesloten wegens volgeboekt. Dat maakt het leven overzichtelijk.

We wilden naar Corsica, maar toen we serieus naar boten gingen kijken, kostte de overtocht inmiddels meer dan zevenhonderd euro, hetgeen het Corsicaans enthousiasme danig deed tanen. We zouden naar Kroatie, maar kregen steeds te horen dat er geen plek was of dat de plek te klein was. Onze onervarenheid met dit land maakte dat we er niet op de bonnefooi heen durfden. Zo werd het good old Italië. En al tijdens de eerste overnachting zagen we dat het goed was.
 We gingen naar Umbrië, zeventienhonderd kilometer van huis, om te ontdekken dat het pijpenstelen regende en te oordelen naar de verdacht groene kleur van het landschap had het dat al meer gedaan in de voorafgaande periode. Maar langzaam werd het weer beter en genoten van het prachtige landschap. En ja, vorig jaar deed ik nog een beetje smalend over de hangmat, maar niets menselijks is ons vreemd.

We deden wat je zoal doet in Italië. Stadjes bezoeken (Norcia, Ascoli Piceno en Spoleto), waar we pasta en pizza aten en 'capucci' dronken. We wandelen in de bergen van de Monte Sibellini, waar ik erachter kwam dat ik toch niet mijn hele genenpakket aan de jongens heb geschonken, zoals ik eerder vermoedde. Toen Lauren zachtjes jammerde dat ze de wandeling veel te steil vond, deed me dit sterk aan mijn eigen jeugd denken. En net als mijn ouders trokken wij er ons weinig van aan. Op de lange duur helpt dit, weet ik nu. Lange duur als in: dertig jaar.

Maar het allermooiste wat we zagen was de Pian Grande di Castelluccio. Een hoogvlakte. Je waant je midden in de Andes, al was ik daar nooit en is het maar wat ik me er bij voorstel. Ik kon Ennio Morricone bijna horen fluiten en genoot.

Wij anti-planners die meestal achter het net vissen als het gaat om de juiste plaats en de juiste tijd, vielen met onze neus in de boter. We konden nog net 'La Fioritura' meemaken. Van mei tot begin juli staat de hoogvlakte in bloei. En dat is mooier dan de foto's vertellen. Ze kweken er trouwens beroemde linzen. Zoiets als Le Puy, maar dan kleiner. Lenticchie di Castelluccio.

Het was zo mooi, dat we nog eens terugkwamen. Gewezen paardenmeisje als ik ben, kon ik het niet laten om te paard over de vlakte gaan. Samen met een norse cowboy, die zich niet voorstelde en pas tegen me praatte toen hij doorkreeg dat ik een paar woordjes Italiaans sprak, reed ik over die machtige vlakte. Nadat hij zich ervan verzekerd had dat ik te paard geen beginner ben, gingen we ook in draf en galop. Man, zo gaaf.  En ja, het is een rare scheve foto, maar maak maar eens een foto als je na vijf jaar weer op een paard zit. Een selfie te paard werkt ook niet: geen paard te zien. Daags na het avontuur voelde ik mij overigens weer geheel en al een beginner. Spierpijn!

Monte Sibellini is ons goed bevallen. We komen zeker nog eens terug en hopen dan op mooier weer. Ook de camping (Il Collaccio in Preci) was een aanrader. Hoewel er behalve een zwembad en een restaurant niets te doen was, wemelde het er van wat oudere Nederlandse en Vlaamse kinderen, zeer tot tevredenheid van de onze!

Na tien dagen verruilden we Umbrië voor Toscane. Het is niet onze gewoonte om terug te keren naar dezelfde plek, maar toch belandden we weer in Campiglia Marittima . En al gauw zagen we dat dat goed was. We deden voor de vorm nog een beetje cultureel in Massa Marittima, San Gimignano en Volterra, maar het heerlijkste van al is het strand en de zee.

Golfo di Baratti is een echt Italiaans strand. Natuurlijk met bedjes, maar ook genoeg plek als je gewoon, net als wij, op je handdoek ligt. Met echt Italiaans bedoel ik oude mannetjes die aan de waterlijn staan te mijmeren over hun dagen als macho. De dames van onduidelijke leeftijd die nooit genoeg woorden hebben om de dingen van de dag door te nemen. De jonge jongens die met ballen overgooien in het water, uitsluitend met als doel het showen van hun jonge godenlijven. De kinderen die eindeloos heen en weer lopen met lekke emmertjes. De mooie jonge meiden (ciao bella) die gewoon wegkomen met die veel te kleine bikini's. En niet te vergeten met een cocobellococomeneer met een wagentje met een toeter. "Coco, granite, ananas". Daar hou ik van.

Maar soms is een verloren strandje, ver van de bewoonde wereld ook wel fijn. Buca delle Fate was dat. Twintig minuutjes afdalen en je zit in het paradijs. Als je zwemmen en van rotsen springen houdt. Onze kinderen zijn er gek op. De jongens willen overal afduiken. En ik maar roepen van "voorzichtig, voorzichtig". "Jaha, tuurlijk...."

Wij anti-planners hadden bedacht om de laatste dag een bootje te huren. Dat kon niet meer. Bootjes allemaal besproken. Niet de juiste tijd, niet de juiste plek. Nou ja, jammer. Wij anti-planners kunnen goed teleurstellingen verwerken.

We hadden nog een teleurstelling te verwerken. Panne aan de motor van onze Peugeot. Handige auto in Italië. Mijn man verbeet zijn Noordeuropese ergernis toen alles geregeld leek en alleen een handtekening op het formulier van de leenauto nog tussen hem en de rest van de vakantiedag in stond. Pranzo! Pech gehad, eerst lunchen. Hij sleet tweeënhalf uur op het industrieterrein van Follonica met panini en Herman Koch.
En zelfs toen de met de spoed bestelde onderdelen als door een wonder op tijd aankwamen, bleken we toch niet met onze eigen auto naar huis te kunnen. Met een veel te kleine patsbak begonnen we aan de terugweg. "Nettes Wagen", zei de Zwitserse pensionhouder erover. Dat had hij vast niet over onze eigen auto gezegd.

Nu zijn we weer thuis. Sommige spullen nog niet. De tent en enkele andere kampeerspullen worden meegenomen door lieve onbekende van de camping. Die pasten niet in de 'nettes Wagen', Toffe mensen, kampeerders!

Vakantie, we plannen het niet, maar het is wat ik het liefste doe. Kamperen, buiten zijn, lezen, zwemmen, zonnen, eten, drinken, stadje. Het heeft niet veel om het lijf, maar wat is het fijn!




17 juni 2014

Uitslag give away

Wie wint het paspoorthoesje? Dat houdt u allen al een tijdje in de greep, maar het uur U is aangebroken. Helaas is notaris Zusenzo verhinderd, dus doen we de trekking op een meer ludieke wijze dan de notaris ons toegestaan zou hebben. 

Het hoesje is gemaakt van gezeefdrukte stof met het stratenplan van Parijs. Duidelijk herkenbaar is het Ile de la Cité op het oranje hoesje, heel ambachtelijk met de tweede druk nogal onprecies op de ondergrond. Minder herkenbaar is het Place des Vosges op het rose hoesje. De tweede druk werd op de kop op de ondergrond gedrukt. Tja, kunstenaars..... 

Parijs ligt op 48° NB en 2° OL. Als we die bij elkaar optellen komen we op 50. Zoveel reacties waren er helaas niet. Dus delen we 48 door 2 en komen we op 24 en daar treffen Jo Chapeau. Een dame die niet alleen prachtig naait, haakt en breit, maar ook zelf hoeden maakt! Daarbij doen haar reacties op dit blog mij altijd blozen van lof en glimlachen om het prachtige taalgebruik. Jo, stuur mij een mail op vervlogendagen@gmail.com met je adres en ik stuur je het paspoorthoesje toe! 


Ik wens allen een heel fijne vakantie op al die verschillende bestemmingen. U ziet ons terug op Corsica of in de Spaanse Pyreneeën of in de Franse Lot.  Tenminste, dat zijn zo de bestemmingen die hier circuleren. Het kan ook zomaar zijn dat ik u tegen het lijf loop in Umbrië of in de Franse Alpen. Leve de bonnefooi! (Of dolle pof, zoals mijn man dat noemt.) 

11 juni 2014

Dingen die blijven



Veel dingen hoef ik niet meer als het om onze oudste zoon gaat. Of liever; mag ik niet meer. Uitzwaaien bij schoolreis? Vergeet het maar. Samen een planning maken voor een drukke proefwerkweek? "Jij zit toch niet meer op school?" Lieverd zeggen in het openbaar of een kus geven op straat? Gruwel! Gesprekken aanknopen met vrienden die voor hem komen? Achterlijk! Mee naar de kapper? Hij kan zelf wel zeggen dat hij het net als Pellè wil. Al moet hij de kapster in het dorp nog wel even op weg helpen met een plaatje op zijn telefoon. Die leeft in zalige onwetenheid over het haar-icoon.  
Wat vertelt u me nou, u heeft ook nog nooit van Pellè gehoord? Het is een  voetballer van Feyenoord met een nogal ouderwets herenkapsel dat het erg goed doet bij de jeugd van tegenwoordig en waaraan eigenlijk vrij weinig op te merken is. 

Maar een ding verandert niet. De verjaardagstekening. Het blijft een vast onderdeel van het jarig zijn. Konijntjes, rupsjes, leeuwen, hockyers, ridders; er is al vanalles voorbij gekomen. Lang leve de zeefdruk die zorgt voor een stoere druk die past bij een vijftienjarige. Een vijftienjarige die ik nu recht in de ogen kijk, maar waar ik binnenkort naar op zal kijken. Die op en top puber is en zorgt dat wij dat allemaal in de frontlinie mee mogen maken. Ervaring die ons nog van pas zal komen....  
Voor Valentijn deed ik het natuurlijk ook. 

U kunt nog tot zondag 15 juni meedoen met de give-away. Ook een zeefdruk, maar dan op stof in de vorm van een paspoorthoesje!

4 juni 2014

Doe mee en win

'Wilt u geparfumeerd worden?', vroeg de dame achter de toonbank. Kennelijk keek ik haar zo ontredderd aan dat ze het in jip-en-janneke taal nog eens herhaalde. Of ik een lekker luchtje op wou. Nu was ik in een parfumerie en niet in een ijzerwarenhandel, dus op zich was de vraag zo gek niet, maar ik bewoog mijn neus toch even in de richting van mijn oksel. Stonk ik?

Nee, ik stonk niet. Het was gewoon een vriendelijke vraag. Ik wees op een geur die ik wel eens wilde proberen en de verkoopster spoot mij daar niet zuinig mee in. De hele dag rook ik niet naar mezelf. Ik stonk ook niet, trouwens. Ik rook naar een tuin in de Mediterranée. Althans volgens de verpakking.

Nu heb ik een vrij goed idee hoe een tuin in de Mediterannée ruikt. Ik weet dat zo goed omdat ik een aantal jaar achtereen die geur heb opgesnoven en dan zei: 'Wat ruikt dat lekker!".  Het ruikt er naar eucalyptus, trachelospernum (een soort jasmijn) en osmanthus. Daar rook mijn parfum allemaal niet naar. Dat had meer iets van kruidnagel en citroen. Rook het misschien naar wat je in een mediterane tuin eet, meneer de neus van Hèrmes?

Hèrmes stak ook zijn chique neus in een tuin na de moesson. Een geur die ik al jaren draag. Omdat ik niet weet hoe een echte tuin na de moesson ruikt, breek ik mijn hoofd niet over het werkelijkheidsgehalte van die geur.



Krijgt u ook ineens zin om op reis te gaan? Sehnsucht naar het Zuiden steekt hier de kop weer op. Zin in lome warmte, stadjes in aardetinten, lekker eten en een meter boeken lezen. Komt wel goed. Paspoort en portemonnee mee, tent in de achterbak en we zien wel waar we belanden. Een paspoortmapje was het eerste wat ik onder de naam 'Vervlogen Dagen' maakte, nog zwaar geïnspireerd door het polkadot- en bloementijdperk, hier te zien in mijn allereerste blogje.

Ik had Vlijtig en daarmee het begrip bloggen net leren kennen.  Zij maakte in die tijd paspoortmapjes volgens deze tutorial. Ik maakte een nieuwe van mijn gezeefdrukte Parijsstof. En nog leuker, ik maakte er ook een om te verloten. Zo maar, voor de leuk.

Laat een reactie achter met uw vakantiebestemming en dan loot u mee voor de prijs. U kunt kiezen tussen de roze en de oranje. Beiden hebben een gezeefdrukte voorkant en de roserode heeft ook een gemonoprinte stof van mijn hand aan de binnenzijde. Ze sluiten met een elastiekje. Vermeld het even als u volger bent (hetzij via blogger, hetzij via bloglovin') dan tel ik u dubbel.







12 mei 2014

Vallen en opstaan

Vallen in het openbaar geeft het slachtoffer vaak een gevoel van gène. Nee, dat is misschien te algemeen. Als ík val in het openbaar, geneer me te pletter. Ik probeer de pijn te verbijten en zo elegant en onopvallend mogelijk weer overeind te krabbelen en me zo snel als het letsel  toelaat uit de voeten te maken. 

U heeft dat nooit? Helaas overkomt het mij maar al te vaak. Bij de bakker ben ik al twee keer over dezelfde drempel gestruikeld. In paniek komt de verkoopster achter de toonbank vandaan: "oh jee, gaat het, gaat het?" Lief bedoeld, maar al wat ik denk is: laat me alsjeblieft met rust. Doe alsof je dit niet gezien hebt. 

Nee, dan die keer dat ik tegen een verkeersbord opfietste. Ik weet nog goed dat ik naar een mooi oud wit huis keek en bij mezelf dacht dat het rode stokroosje bij de voordeur zo mooi stond bij het witte huis en de blauwe deur. Dat soort suikerzoete dingen bedenk ik blijkbaar tijdens het fietsen. Alhoewel ik ook wel eens bedenk wat ik éigenlijk had willen zeggen tijdens die vergadering toen iemand mij consequent Linda noemde, terwijl ik Petra heet. Of hoe je een perfecte moord plant. Maar die dag dacht ik aan rode stokrozen, blauwe deuren en witten huizen. Báf. Pontificaal tegen het verkeersbord. Bám, helemaal in de kreukels bovenop mijn fiets. Genant!

De situatie werd gered door de fietser die achter mij reed en keihard begon te lachen. "Oh sorry, ha ha ha, gaat het, ha ha ha. Wat erg dat ik niet meer, ha ha ha, kan stoppen met lachen. Ha ha ha. Het zag er zo absurd uit". Toen kon tenminste omstandig mijzelf en mijn fiets omhoog hijsen, en een beetje besmuikt grinniken. Ja, absurd, ja. En pijnlijk, maar wel grappig.

Minder grappig is het als je kind ernstig valt en pijn heeft. Zaterdagavond kregen we een telefoontje van een moeder van een vriendinnetje van Lauren, dat Lauren van het klimrek was gevallen. Het zag eruit als een gebroken sleutelbeen. Dit bleek na anderhalf uur wachten in het ziekenhuis een prima diagnose. Arm kind. In september een elleboog uit de kom en nu dit. Ik denk dat bovenstaande haar voorland wordt...

Verder breide ik mij de afgelopen twee weken een slag in de rondte, met dit als resultaat. Breien heeft ook nog eens een heel lag valrisico. Twee vliegen in een klap. Het is een gratis patroon via Ravelry

It took me almost a fortnight to knit this lace shawl and man, am I proud of myself! It's a free pattern on Ravelry.

28 april 2014

Au bonheur du picque-nique


Twee maanden geleden waren wij een weekend in Parijs. Wij, dat is in dit geval mijn man en ik. Vaak lees ik op uw blogs fijne tips voor stedentrips. Niet zelden gaat het dan om leuke winkeltjes. De samenstelling van 'wij' liet in dit geval echter niet zoveel ruimte voor leuke winkeltjes. Wel had ik, met vooruitziende blik, een hotel in Le Marais geboekt. Zo struikelde ik bijna per ongeluk over Petit Pan en kocht daar uiteraard een paar stofjes.
Turquoise, zeegroen en fluor oranje. Ja, dat soort dingen doe je op vakantie. Het kreeg pas vorm toen ik bij zeefdrukken dan eindelijk ook eens op stof ging drukken. Nog vol van Parijs drukte ik de zelf getekende plattegrond van de stad op stof in fluor oranje. Een picknickkleed ging het worden, een herinnering aan Parijs, waar wij overigens niet gepicknickt hadden. Het was namelijk februari en er zijn trouwens zat leuke restaurants in Parijs. 


Maar ik zie ons zitten. Met ons kleedje op het muurtje van Canal St. Martin. Flesje wijn, kaasje, worstje. Ja, zo is geluk heel gewoon. Bonheur du picque-nique.


En zo kreeg mijn kleedje vorm. Het is natuurlijk gewoon een quilt, ook al zijn velen onder u allergisch voor dat woord. Het werd ook helemaal met de hand doorgeregen. Quilts moeten gewoon gebruikt worden, dus dit is ons nieuwe picknickkleed. En toen dacht ik aan zo'n blanket carrier die ik ooit eens had gepind. Het leer moet nog een beetje soepel worden en een beetje kleuren, maar als de lente zo blijft aanhouden, gaat dat vast lukken!

En zou het niet handig zijn als je je flesje meteen ook handig meeneemt. Doet iemand anders de glazen!

Deze stofjes met fluor accentjes laten zich slecht fotograferen. Dit is echt een kleurexplosie in het echt. Dat moet u dan maar geloven.

A half square triangle quilt. But quilts have to be used, don't you think. So this is our new picknick blanket. I made a nice leather blanket carrier to go with it. Just rol your bottle of wine in it and make sure someone else brings the glasses. I used Petit Pan fabrics which I bought in their lovely store in Le Marais, Paris. This is to remember that wonderful weekend.

27 april 2014

Het hoge D-woord is eruit!

Denemarken was hier lang het verboden woord. Toen de kinderen nog echt klein waren, viel iedere zomer weleens het D-woord, want kamperen in Denemarken ziet er in de campinggids echt heel heerlijk uit. Ze vergeten erbij te zetten dat het er gemiddeld twee graden kouder is dan in Nederland, dat het er minstens zo vaak regent en nog veel harder waait.

Gelukkig denken wij daar dan net op tijd aan. Wij vertrekken van huis met kaarten van Denemarken, Italië en Frankrijk en dito campinggidsen. "Wat doen we nou, wat doen we", roepen we de tien kilometer lang die het duurt van ons huis naar de snelweg, om dan rechtsaf te slaan. Naar het zuiden, want dat lonkt het hardst!

Een paar jaar geleden besloten we dat we het D-woord niet meer mochten noemen. Wij zwerven 's zomers zuidwaarts, punt uit. Maar de meivakantie, dat is een heel ander verhaal. Gelukkig hadden we allemaal weer eens tegelijk vakantie, dat is ook wel eens anders.
We hadden maar een week, dus Zuid-Frankrijk  was te ver. (Het vliegtuig wordt hier nooit serieus overwogen.) Het werd sowieso uitwaaien. Normandië, Vlieland, of... Kwam er nou toch weer iemand met het D-woord op de proppen?

Ja, ik. Ik werd verliefd op het Strandhuset in Rytsebaek op Møn. Een vakwerkhuisje met een rieten dak, voormalig kippenhok  van de hoeve Strandgården. Het stikte op Møn trouwens van de Bolderburenboerderijtjes. Gele of witte vakwerkhoeves met rieten daken en fruitbomen op het erf. En dat alles in een glooiend landschap wat mooier was dan in mijn vooringenomen gedachtes over Denemarken.

Aan de zijkant van het huisje begon het sprookjesbos. De elfjes waren net weg, het speenkruid, de viooltjes en de orchideeën stonden er nog.

Het hek in de voortuin gaf toegang tot het strand. De jongens schoten meteen in de jagers- en verzamelaarsrol door flink hout te sprokkelen. Strand en stenen, dat roept om een fikkie. Helaas waaide het daar veel te hard voor.

Stenen te over. Stenen met een gat er in, die je op kan hangen aan gejut touw en stenen in de vorm van een hart. Die spaar ik, toevallig. En zo komt het dat de kinderen altijd met halfbakken stenen aan komen zetten: "Deze?" Maar ik ben net zo kritisch als de tijgermoeder uit het Volkskrantmagazine. De meeste stenen waar mijn bloedjes mee aan komen zetten, mik ik zonder pardon terug. Ja, ik heb een hart van steen.

We gingen naar Møns Klint, de krijtrotsen waar Dover bij het in niet valt. Ik ben er als zevenjarige geweest en herinner mij mensen die met hamertjes in het krijt stonden te hakken in de hoop fossielen te vinden. Dat mag nu natuurlijk niet meer. En dat is waarschijnlijk maar goed ook, want het brokkelt vanzelf al al hard genoeg naar beneden.
Møns Klint is echt adembenemend mooi. Het is niet zo fraai dat mijn herinnering vooral plaats heeft gegeven aan de fossielenjagers. Het water wordt door het krijt prachtig lichtblauw om verderop donkerder te worden. Soms is het onduidelijk waar het water overgaat in de lucht. Als het buiten dertig graden zou zijn, zou je het azuurblauw noemen, maar nu had het iets ijzigs. Prachtig!







Verder was er nog Liselund, een mooi park en dan was het wel klaar met toeristisch aanbod van Møn. Dat betekende jezelf vermaken. Ieder op zijn eigen manier.

Het was heerlijk in ons huisje aan het eind van de bewoonde wereld. Ga hier naar rechts, zei de Tom Tom. Maar er is geen weg, zeiden wij. Dat grintpad bleek de weg. We woonden een een weekje aan de blindvej van de Grønvedvej. Eerst over het erf van Sil de Strandjutter en dan naar ons huis. In de buurt alleen een paar idyllische huisjes om gedichten in te schrijven.


We gingen ook nog een dagje naar Kopenhagen. Je zou zomaar kunnen denken dat dit grote trekker was van die stad:

Of misschien de Nyhavn?


Maar op Tivoli na, vonden de kinderen dit unaniem de leukste attractie van Kopenhagen. De happy wall van Thomas Dambo.

We gingen ook nog naar Tivoli. De kinderen geloofden hun oren niet. Ze zijn nog nooit, echt nog nooit, met ons naar een pretpark geweest. Toen ik vroeg;"Willen jullie naar een museum of naar Tivoli?", gaven ze eigenlijk geen antwoord. Ze dachten zeker dat het een flauwe grap was. Maar we gingen. De kinderen gingen zich te buiten aan allemaal verschrikkelijke attracties en wij verschansten ons in een luie stoel.

We hadden nog een hele leuke avond met een ober die ons aanmoedigde het serviesgoed van het restaurant te stelen. "Ja, zo eerst onder de jassen en dan, hup, in de tas". Toen ik bij het betalen bedankte voor het bord, rolde hij met zijn ogen en zei "ssst, don't mention the plate", wat in het licht van een eerder gevoerd gesprek over Fawlty Towers tamelijk hilarisch was.


Dus ja, Denemarken. Het was saai en groen, zoals we dachten, maar het was ook heerlijk. We genoten van de natuur, de zee, die welbeschouwd ook rustig onder natuur kan worden ingelijfd en van elkaar.

Ik las drie boeken. U wilt vast weten welke. Ik wil tenminste altijd weten wat iemand heeft gelezen, du moment dat iemand vertelt dat hij iets gelezen heeft. Goed. Ik las Donna Tartt, maar dan nog eens de Verborgen Geschiedenis. Ik wist nog dat er iemand vermoord werd, maar verder kon ik mij er weinig meer van herinneren. Was het waard om nog eens te lezen.

Ik las Gisèle van Susan Smit, over de kunstenaarsvrienden en vooral vriendinnen van Adriaan Roland Holst. Hoewel ik zeer warm loop voor het onderwerp, vond ik het geen goed boek. Ik had altijd een beetje een vooringenomen mening over Susan Smit. 'Blond, mooi, kan niet schrijven'. Ja, ik zei al eerder dat ik een hart van steen heb. Door Vloed, een ander boek van Susan Smit, was ik daar heel anders over gaan denken ('blond, mooi, kan nog schrijven ook'), maar ik ben een beetje terug bij af.

En ik las De Vergelding van Jan Brokken. Dat moet u ook doen.






29 maart 2014

Dromen en strepen

Mijn handen zijn bezige handen. Handen met vieze inktrandjes van het zeefdrukken. Kapotgeprikte vingers van het quilten. Mijn handen zijn geduldig. Gestaag breien ze voort. Rustig geleiden ze de stof langs het naaivoetje van mijn machine. Sneller, sneller, denkt mijn brein, maar mijn handen laten zich niet gek maken. 
Ik snap het niet, ik snap het niet, lawaait mijn hoofd bij het zien van een patroon om kant te breien, maar handen snappen het best. Gaandeweg de pen maken mijn handen het patroon als vanzelf. 

Handen doen. Ze dralen niet, ze dromen niet. Dat doet mijn hoofd wel, of is het mijn hart? Mijn hart droomt zich een plek om handen bezig te laten zijn. Van mooie stoffen, van strengen wol, van dik vilt, van leuke cursisten. Van Purl Soho, maar dan van mij. Handen en hart zijn er wel uit, maar wat zegt het hoofd?


Mijn handen breiden een sjaal en deden dat al eerder in andere kleuren. Het is een gratis patroon van Ravelry, dat toevalligerwijs (?) 'dream stripes' heet.  De batterij van mijn Canon heeft zich verstopt, dus u moet het doen met iPhone-foto's. 

Busy hands, my hands are. Dirty with ink from screen printing, sore fingers from quilting. Patient hands they are. They don't dream. That's the heart department. My heart is dreaming of a place for busy hands. From colored fabric, and wonderful skeins of wool, of felt and lovely students to take classes. From my own kind of Purl Soho. Heart and hands, they know already, but the head is still counting.....

My hands knitted another Dream Stripes Shawl. Black and white with neon pink border. Now, that's shocking pink! A few weeks ago, I knitted one in my favorite colors. 




12 maart 2014

Wraak? Bijt liever in je kussen!

Het kan u niet ontgaan zijn dat Heleen Mees weer in het nieuws is. Heleen Mees, die eigenlijk gewoon Nijkamp heet, is econome en 'powerfeministe', wat zoveel betekent dat je de vrouwelijke zaak niet dient in een tuinbroek, maar in merkkleding. En toegegeven, dat ziet er een stuk aantrekkelijker uit. Stikjaloers was ik toen ik zag hoe prachtig gekleed ze de rechtbank verliet. Op blote benen gestoken in killer heels, begin maart, terwijl de sneeuw nog amper weggedooid is in New York. Power hoor! 
De zaak die Willem Buiter, schuinsmarcheerder bij de Citigroup, tegen haar had aangespannen is geseponeerd. In plaats dat Heleen haar wonden likt en bij haar goede vriendinnen Neelie Kroes en Sylvia Toth op de bank kruipt met een paar flessen wijn, waarbij die twee eveneens sharpdressed ladies continu alles bevestigen wat volgens Heleen naar en lelijk is aan Willem, trekt zij ten strijde. Een civiele zaak, dat zal hem leren!
Wraak. Een paar keer in mijn leven is het voorgekomen dat ik erop zinde. Niets menselijks is mij vreemd. Het beoogde slachtoffer had wellicht nog niet eens mijn pad gekruist, maar dat van mijn dierbaren. Heleen Mees met d'r civiele zaak zou nog wat van me kunnen leren, als ik het bedachte in praktijk had gebracht. 
Maar dat doe je niet. Aanvankelijk omdat je wordt omringd door lieve, verstandige mensen die zeggen dat het het niet waard is. Dat je die energie beter in leuke dingen kunt stoppen. En vervolgens bedenk hoe lelijk je ervan wordt, van wraak. Dus bijt je in je kussen en wacht je tot het weg is. 

Ik heb de adviezen van Heleen niet opgevolgd en dat doet zij ongetwijfeld evenmin met de mijne. Leven en laten leven. Heet dat sukkelfeminisme? 

Ik maakte een kussen (60x60cm) van half square triangles, bij quilters beter bekend als HST, van de prachtige nani iro stof, die ik kocht bij Mondays Milk. Ik quiltte beide kanten met de hand, met dienverstande dat je maar door twee lagen hoeft in plaats van door drie. Niemand ziet de binnenkant van de kussenhoes, tenzij je van plan bent die uit wraak over iemands tronie te trekken. Maar soit. 

I made a half square triangle pillow out of two 60x60cm quilted pieces. It's for the main part made out of nani iro double gauze fabric, which is incredible soft en easy to quilt through.




7 maart 2014

Parijse lente, Bretonse strepen



Vandaag neem ik u mee naar een opgewekter deel van mijn brein. De  Krim, zoals ik gister al zei, daar komt u hier niet voor. Vooruit, vandaag Bretagne. Wat is er vrolijk aan Bretagne, zult u zich misschien afvragen. U kent mij als een die-hard mooiweertype. En Bretagne, dat is regen, creperies, moules-frites en  nog meer regen. Ik spreek overigens uit zeer beperkte ervaring. Ploumanach, Cote de Granite Rouge, 1994. Slecht weer, creperies, moules-frites, regen en lege kroegen. Bonjour tristesse. Of liever 'salut', want wij namen gauw de benen naar het zuiden.



En toch, Bretagne. Want Bretagne is ook de Bretonse streep van de onvergankelijke 'marinière'. Is er iets Franser dan de streepjestrui? En staat Frans niet voor alles wat wij Nederlanders heimelijk willen?  Bretonse strepen, dat is 'Zout op mijn huid'. (Weet u nog, Benoîte Groult?) Bretonse strepen waren het eerste cadeau dat ik ooit aan mijn liefje gaf, in de vorm van een sjaal, die hij later in de trein liet liggen. Bretonse strepen dat is printemps. En printemps is nog beter dan lente.
En lente is het. Misschien nog niet in Bretagne. Maar twee weken geleden snoven mijn man en ik aan de lente in Parijs. Printemps, Paris, de rest vult u zelf wel in. En nu is de lente dus hier. Ik hul onze dochter in zelfgemaakte Bretonse strepen. Gebreid. Ik denk dat ik mijn status op Ravelry, maar eens van beginner in gevorderd ga veranderen. Het patroon heet clamdigger en is te vinden om datzelfde Ravelry.

Het shirtje is een zeefdruk, met flockconfetti uit de perforator. Leuk met een hockeybroek... (Het model was wel uitgeposeerd, zoals overduidelijk aan haar gezicht te zien was. Jammer dat het weer nu net niet zo heel erg lente-achtig was. )